'Toet toet!!' De claxon van een vrachtwagen laat zich duidelijk horen. De scooter die er voor rijdt stopt. De man haalt met een woeste blik in zijn ogen, de helm van zijn hoofd. De vrachtwagen chauffeur stapt uit. Geschreeuw, handgebaren, de torso van beide mannen groeit. Wie is er sterker? De hoofden worden rood en.. zo snel als dat hun boosheid omhoog kwam- zo verdwijnt het weer meteen. De scooter wordt gepakt en meneer rijd er vandoor. Ik verwonder me. Waar ging dit nou over? Terwijl ik verder fiets en een opgestapelde sneeuwhoop ontdek langs de kant van de weg, denk ik terug.
Terug aan het begin
De week waarin Nederland een deken kreeg van sneeuw. Van witte vrede, van zacht en spelen, van kou en omzien naar elkaar. Van vreugdevolle snoetjes en voorzichtige stappen van een ander.. waarin getoeter een kreet van vreugde was. En het langzaam rijden werd getolereerd. Een periode waarin de natuur even liet zien dat hij altijd sterker en eigenzinniger is dan we zelf zouden willen. Nu de sneeuw gesmolten is, het ergens opgestapeld in een hoekje van een oprit of veld nog ligt, lijkt onze tolerantie ook wel weg geschoven. Weg geschept. Net zo als dat hoopje sneeuw. Vergeten, versmolten.. Zouden we ook zonder de kracht van de natuur in de mogelijkheid zijn om tolerantie te hebben. Begrip- rust voor iemand zijn eigen tempo? Of proberen we, net zoals bij het weer, alles te controleren- te beheersen?
Toch is de natuur altijd sterker. Die vergeten sneeuwhoop is als een knipoog in een hoekje. Je kan toeteren en schreeuwen wat je wilt- maar onder dat alles zit menselijkheid, jouw natuur.